Internet Administratie der Douane en Accijnzen
banner

WETGEVING

Wet betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten

Na advies van de Raad van State keurde de Ministerraad het wetsontwerp, zoals gefinaliseerd door de FOD Economie, goed op 1 december 2007. Het wetsontwerp werd op 18 januari 2007 bij het Parlement ingediend. De wet werd door de Koning afgekondigd op 15 mei 2007, en in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd op 18 juli 2005. Die wet heeft tot doel de houders van intellectuele-eigendomsrechten en de overheid de mogelijkheid te bieden om de productie en het in de handel brengen van nagemaakte of door piraterij verkregen goederen beter te bestrijden.

Het bevat in de eerste plaats nuttige bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EG) Nr. 1383/2003 van 22 juli 2003 inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele-eigendomsrechten en inzake de maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten. Daartoe stelt het een douanemisdrijf in om inzonderheid het invoeren op het Belgische grondgebied, het in het vrije verkeer brengen en het uitvoeren van goederen die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht te sanctioneren. De overtreding wordt vervolgd volgens de procedure voorgeschreven door de algemene wet inzake douane en accijnzen. De wet stelt de Belgische douaneautoriteiten aldus in staat om bij te dragen tot de inspanningen van hun Europese partners om een volmaakte afgrendeling aan de buitengrenzen van de Europese Gemeenschap te waarborgen voor de handel in namaakgoederen.

De wet moderniseert verder de strafwetgeving inzake de namaak van merken, tekeningen en modellen, kwekersrechten, uitvindingsoctrooien en aanvullende beschermingscertificaten. Momenteel, inzake industriële eigendom, is enkel de namaak van merken in Belgiëë strafrechtelijk gesanctioneerd, met toepassing van een wet van 1879. De wet heft die laatste wet, die verouderd is, op en vervangt haar door een stelsel dat voortaan alle bovengenoemde intellectuele-eigendomsrechten beoogt. Een nieuwe strafrechtelijke incriminatie wordt dus vastgesteld voor namaak en piraterij op die gebieden.

De belangrijkste kenmerken van het nieuwe stelsel zijn de volgende :
1. het indienen van een klacht door de benadeelde partij is geen voorafgaande voorwaarde meer voor het instellen van de vervolging door het openbaar ministerie dat voortaan op eigen initiatief kan optreden. De strafbepalingen van de vroegere wetten over de intellectuele eigendom hadden hoofdzakelijk tot doel de houders van rechten te beschermen. In die logica werden de misdrijven enkel vervolgd na klacht van het slachtoffer. Tegenwoordig is namaak niet enkel meer een schending van eigendomsrechten maar tevens een ware aantasting van de economische openbare orde. De bescherming van de intellectuele eigendom in een vernieuwende economie dient eveneens het openbaar belang. Het is dan ook wenselijk dat de wet het openbaar ministerie de mogelijkheid biedt die misdrijven te vervolgen, zelfs bij gebrek aan een klacht van de houder van het recht .
2. de straffen worden verzwaard en gediversifieerd (inbeslagneming van de middelen waarmee de overtreding kon worden gepleegd, vernietiging van de namaakgoederen, aanplakking of bekendmaking van het vonnis op kosten van de overtreder, sluiting van de door de veroordeelde geëëxploiteerde vestiging, enz.) om rekening te houden met de nieuwe ontwikkelingen van dit verschijnsel. Namaak wordt voortaan beschouwd als zijnde een ware diefstal van intellectuele eigendom, een bedrieglijke toe-eigening van de intellectuele en financiële investeringen aangewend om creaties van de geest uit te werken en te ontwikkelen. De wet straft met een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar en een geldboete van 100 tot 100.000 euro (te vermenigvuldigen met de opcentiemen, of 550.000 euro), of met een van deze straffen alleen, de inbreuken die, met kwaad of bedrieglijk opzet, worden gemaakt op de rechten van de houder van een merk, een uitvindingsoctrooi, een aanvullend beschermingscertificaat, een kwekersrecht, een tekening of model. De boete voor namaak van auteursrechten wordt eveneens verzwaard .
3. een waarschuwingsprocedure en een procedure van minnelijke schikking worden ingevoerd voor de vaststellingen van overtreding en de ambtenaren die belast zijn met de controle op de naleving van de wet kunnen die aan de overtreder voorstellen.
4. de opsporings- en vaststellingsmacht van de ambtenaren wordt gepreciseerd (inspectie ter plaatse, inbeslagneming van de namaakgoederen en de middelen die gediend hebben om de overtreding te plegen, enz.) en uitgebreid tot het auteursrecht.
5. bijzondere aandacht wordt ook besteed aan ondersteuning van, en samenwerking tussen, de overheid en de bevoegde openbare diensten. Namaak is een clandestien en groeiend fenomeen, waarbij de laatste technologieën worden toegepast en dat gericht is op de meest uiteenlopende producten. De strijd tegen namaakhandel vereist dan ook dat, in het kader van een multidisciplinaire aanpak, alle nationale en internationale instanties die de goede werking van de goederen- en dienstenmarkt moeten waarborgen, worden gemobiliseerd.

Namaak en piraterij zijn niet alleen een vorm van oneerlijke concurrentie die de houders van rechten benadeelt, zij hebben soms ook rampzalige economische en sociale gevolgen voor de ondernemingen en de maatschappij in het algemeen (misleiding van de consument, verlies van fiscale en douaneopbrengsten, ontwikkeling van ongecontroleerde arbeidsomgevingen). Wanneer namaak en piraterij bovendien betrekking hebben op mechanische onderdelen, voedingsmiddelen, geneesmiddelen of speelgoed brengen zij de gezondheid en de veiligheid van de consumenten in gevaar, vermits de betrokken producten tot stand komen zonder de door de bevoegde overheid uitgevoerde controles en niet altijd de minimale kwaliteitsnormen naleven.

De wet verbetert het reglementaire kader van de intellectuele eigendom om de bescherming van wetenschappelijke, technologische of artistieke innovatie in België aan te moedigen en te bevorderen. De wet voert daartoe een passend strafrechtelijk kader in om de inbreuken op de intellectuele-eigendomsrechten te sanctioneren conform de voorschriften van bovengenoemde communautaire Verordening Nr. 1383/2003 en de Overeenkomst inzake de Handelsaspecten van de Intellectuele Eigendom, gevoegd bij de Overeeenkomst van Marrakech die de Wereldhandelsorganisatie instelde.