Internet Administratie der Douane en Accijnzen
banner

FAQ

index index

Dit worddocument is een geconsolideerde versie van de FAQ.

  1. Volgens de oude toelichting legde ik een IM 4 (code in vak 1, 1ste en 2de deelvak) voor. Wat moet ik nu vermelden in dit vak?
  2. De code in vak 1 = IM 4 in de oude toelichting. Komt dit overeen met IM A in de nieuwe toelichting?
  3. Ik heb problemen om mijn weg te vinden in dit omvangrijke dossier van documenten. Kan u mij daarbij helpen?
  4. Ik dien enkel aangiften in als zijnde «toegelaten geadresseerde en/of toegelaten afzender/exporteur» moet er dan altijd een Z staan in vak 1 (2de deelvak)
  5. Ik weet dat er verbanden zijn tussen vak 37(1), 37(2) en 44 (deelvak in de rechterbenedenhoek). Ik begrijp die verbanden niet altijd goed.
  6. Ik ben in de war met al die letters in de toelichtingen. Kan u mij helpen ?
  7. Als er een code in een vak moet vermeld worden, moeten we dan zowel de code als de omschrijving vermelden? Ook indien die omschrijving heel lang is?
  8. Waar kan ik voorbeelden vinden van hoe ik het enig document volgens de nieuwe toelichting moet invullen?
  9. Als we in bepaalde vakken alle gevraagde codes en vermeldingen moeten invullen, is er plaats te kort. Waar moet de rest van de gegevens dan vermeld worden?
  10. We hebben een vergunning voor gebruik van een factuurverklaring ( vereenvoudiging inzake oorsprong). Met de huidige toelichting komt er in vak 44 'factuur oorsprong' gevolgd door het nummer van de factuur. Welke code krijgt deze vermelding in de nieuwe toelichting?
  11. Wij hebben een vergunning voor de opmaak van in- en uitvoerdocumenten in de domiciliëringsprocedure (= toegelaten afzender en toegelaten exporteur). Welke codes (en tekst) moeten in vak 44 vermeld worden bij het opmaken van een document in het kader van die vergunningen?
  12. Voor wat betreft de vakken A — B — C — D. Moeten hier veranderingen aangebracht worden ?
  13. Kan u mij de lay-out van het nieuwe Enig document doorsturen
  14. Wij hebben een vergunning AV Schorsing (klassieke type). Wij hebben geen vergunning inzake domiciliëringsprocedure. Wij dienen onze aangifte rechtstreeks in op het kantoor. Welke codes moeten in vak 44 vermeld worden voor plaatsing van goederen onder de regeling actieve veredeling?
  15. Moeten we voor een ACC4 aangifte de codes van de oude toelichting gebruiken ?
  16. In vak 14 moeten we de aangever/vertegenwoordiger opgeven. Indien de vermelde partij zowel optreedt als “aangever” (in eigen naam) en als “”indirecte vertegenwoordiger” (in eigen naam doch voor rekening van een andere), welke code dient te worden opgegeven ; [1] voor aangever of [3] voor indirecte vertegenwoordiging
  17. Voor de regelingen A, C, E en F begrijp ik niet goed wat we moeten invullen in vak 18 (vervoermiddel bij vertrek)
  18. Wat dient er ingevuld te worden in vak 21 (grensoverschrijdend actieve vervoermiddel) indien goederen, die over de weg vertrekken, een aantal malen worden overgeladen zonder dat wij als aangever/afzender hiervan op de hoogte zijn?
  19. Mag de landencode (ISO) van het land dat de nummerplaat van een vrachtwagen heeft toegekend, beschouwd worden als landencode om de nationaliteit aan te geven?
  20. Welke code dient gebruikt te worden in kader van particulier douane-entrepot type E, met procedures D ?
  21. Voor bepaalde regelingen, vraagt men in vak 30 (Plaats van de goederen) de UN/LOCODE via een site van de EG/UNO.
  22. Voor bepaalde uitvoerregelingen (toelichting A, C, D, E), moet het vak 29 (kantoor van uitgang) ingevuld worden. Men doet beroep, voor de codering, op de Europese site van douanekantoren voor douanevoer. Is dit juist? Kan u mij hiervan een voorbeeld geven?
  23. U eist het invullen van vak 29 (douanekantoor van uitgang) terwijl dit vak vroeger niet geëist werd. Waarom zijn er meer verplichtingen dan in het verleden?
  24. Wat is er gebeurd met de codes in verband met het type belasting in vak 47 (eerste kolom)?
  25. Ik beschik over een maandelijkse globalisatievergunning. Beïnvloedt de nieuwe toelichting van het ED mijn maandelijkse aangifte?
  26. Soms vind ik de vermelding « Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld » en op andere plaatsen de vermelding « Dit vak mag in de BLEU niet ingevuld worden ». Waarom dit onderscheid ? En heeft dit een verschillende impact op het invullen van het ED? 
  27. Mag vak 8 (geadresseerde) bij (weder)uitvoer ingevuld worden?
  28. Bestaat er een verband tussen de vakken 18 (vervoermiddel bij vertrek en bij aankomst) en 26 (binnenlandse vervoerwijze) enerzijds en de vakken 21 (grensoverschrijdende actieve vervoermiddel) en 25 (vervoerwijze aan de grens) anderzijds? S9
  29. Als de aangever een douane-expediteur is, mag deze persoon dan in de rechterbovenhoek van vak 14 als identificatienummer zijn BTW-nummer vermelden? S9
  30. Welke aanvullende gegevens worden in de papieren procedure gevraagd (in vergelijking met de geautomatiseerde procedure)? S9
  31. Worden zowel het EORI-nummer als het BTW-identificatienummer vermeld in hetzelfde vak? S19
  32. Dient het gegeven “geadresseerde” bij (weder)uitvoer verplicht vermeld te worden wanneer het gebruik van de veiligheidsgegevens noodzakelijk is?
  33. In vak 2 (afzender/exporteur) van een aangifte ten uitvoer dient het
    EORI-nummer vermeld te worden en in vak 44 het BTW-identificatienummer, voorafgegaan door de horizontale vermelding ALGEN06. Mag men in vak 44 van deze aangifte een buitenlands (niet-Belgisch) BTW-identificatienummer vermeld worden bij uitvoer in België door een niet in België gevestigde
    BTW-belastingplichtige?
  34. Door de invoering van de “Incoterms 2010” werden vanaf 1 januari 2011 twee nieuwe Incoterms gecreëerd en vier “oude” Incoterms geschrapt. Wat is het gevolg van deze maatregel voor de vermelding van de Incoterms op de douaneaangiften?
  35. Mag de communautaire code 01 vermeld worden in vak 37, eerste deelvak als gevraagde regeling voor het uitsluitend in het vrije verkeer brengen?
  36. In welke vakken op het Enig document (douane) en op het elektronisch administratief document (e-AD) (accijnzen) worden het kantoor van uitgang en het kantoor van uitvoer vermeld bij de uitvoer van accijnsgoederen? (S40)
  37. Welke codes dienen ingevuld te worden in het eerste en tweede deelvak van vak 37 van regeling H (in het vrije verkeer brengen) ter aanduiding van de begunstigde verrichting “terugkerende goederen”? (S40)

1. Volgens de oude toelichting legde ik een IM 4 (code in vak 1, 1ste en 2de deelvak) voor. Wat moet ik nu vermelden in dit vak?


Met de oude toelichting bracht u een code in, bijvoorbeeld 4, in vak 1 (2de deelvak) en die code was terug te vinden als eerste cijfer in het vak 37 (1ste deelvak).
Herinner u 40 bijvoorbeeld.
De code die u terugvond in vak 1 (2de deelvak) heeft niet meer dezelfde functie, de code 40 blijft in vak 37 (1ste deelvak) maar met hier en daar een paar wijzigingen betreffende die code in vak 37.

top

2. De code in vak 1 = IM 4 in de oude toelichting. Komt dit overeen met IM A in de nieuwe toelichting?


Neen, zoals gepreciseerd in vraag en antwoord 1, bevindt de code voor de regeling zich enkel in vak 37 (1) en niet meer in vak 1 en vak 37.
Vak 1, 2de deelvak heeft niet meer dezelfde functie : ze dient om het type aangifte weer te geven:

top

3. Ik heb problemen om mijn weg te vinden in dit omvangrijke dossier van documenten.
Kan u mij daarbij helpen?


Ja, natuurlijk!

U kiest een toelichting in functie van de beweging van de goederen die u wil aangeven.

Bijvoorbeeld :

  1. Aangifte voor definitieve uitvoer --) (link) zie toelichting A
  1. U opent toelichting A en u vult de vakken in die gevraagd worden. Soms doet men een beroep op een bijvoegsel, bijvoorbeeld voor de vermeldingen in vak 44 (bijvoegsel 6a (link)
  2. Een visuele voorstelling van de vakken die niet moeten ingevuld worden, voor bijvoorbeeld toelichting A, kan u vinden bij "visuele voorstelling"(link)
top

4. Ik dien enkel aangiften in als zijnde « toegelaten geadresseerde en/of toegelaten afzender/exporteur». Moet er dan altijd een Z staan in vak 1 (2de deelvak)?

 

jazeker

top

5. Ik weet dat er verbanden zijn tussen vak 37(1), 37(2) en 44 (deelvak in de rechterbenedenhoek). Ik begrijp die verbanden niet altijd goed.


Ik raad u aan om de tabel te bekijken, die zich op de site onder "vakken 37 en 44" bevindt. Door een overzichtelijke tabel worden deze verbanden zichtbaar gemaakt.

 

top

6. Ik ben in de war met al die letters in de toelichtingen. Kan u mij helpen ?


Het is waar dat we verschillende keren de letters A, B, enz. terugvinden.

  • A voor een gewone aangifte met het aanbrengen van de goederen op kantoor
  • B voor een onvolledige aangifte met het aanbrengen van de goederen op kantoor 
  • daarnaast ook C, D, E, F, X, Y, Z
top

7. Als er een code in een vak moet vermeld worden, moeten we dan zowel de code als de omschrijving vermelden? Ook indien dieomschrijving heel lang is?

In de verschillende toelichtingen wordt telkens per vak vermeld hoe de gegevens moeten ingevuld worden. In sommige gevallen moet men enkel een code opgeven, in andere gevallen moet men de code en de bijhorende omschrijving (vermelding) of een identificatienummer opgeven

Bijvoorbeeld (Toelichting H):

De bijzondere communautaire vermeldingen op douanegebied worden gecodeerd door middel van een code van vijf cijfers. Deze code wordt na de betrokken vermelding ingevuld, tenzij de communautaire wetgeving voorschrijft dat deze code de tekst vervangt. In principe dient de code geplaatst te worden na de bijzondere vermelding of na het gegeven, maar met het oog op het rationeel gebruik van de nieuwe toelichting in een elektronisch systeem werd geoordeeld dat het aangewezen is om eerst de code te vermelden gevolgd door de bijzondere vermelding of het gegeven. De aangever heeft bijgevolg de keuze tussen de twee schrijfwijzen.
De code wordt gescheiden van de bijzondere vermelding of van het gegeven door een dubbel punt. Zodoende kunnen meerdere gegevens op een lijn in de vakken worden vermeld op voorwaarde dat de gegevens van elkaar gescheiden worden door een puntkomma.
In het geval meerdere codes voor eenzelfde gegeven moeten worden vermeld (bijvoorbeeld er is een communautaire en een meer specifieke nationale code vereist om een gegeven aan te duiden) dan moeten die codes door een horizontaal streepje worden gescheiden.
Twee of meerdere gegevens die bij eenzelfde code horen, (vb. nummer, datum en controlekantoor van een vergunning actieve veredeling) worden gescheiden door een schuin streepje.
Tussen alle te gebruiken leestekens (dubbel punt, puntkomma, horizontaal streepje, schuin streepje) dient telkens een spatie gelaten te worden.

Voorbeeld:
vak 44: Invoer onder geleide van een luchtwaardigheidscertificaat : 10100
OF 10100 : Invoer onder geleide van een luchtwaardigheidscertificaat
Een gedetailleerd voorbeeld is opgenomen in FAQ nr. 14, punt c).
De codes voor de bijzondere vermeldingen zijn opgenomen in de bijvoegsels 6a en 6b

De tot staving van de aangifte overgelegde communautaire documenten, certificaten en vergunningen worden opgegeven door middel van een code bestaande uit 4 alfanumerieke tekens gevolgd door een identificatienummer. De code wordt gescheiden van de bijzondere vermelding of van het gegeven door een dubbel punt. Zodoende kunnen meerdere gegevens op een lijn in de vakken worden vermeld op voorwaarde dat de gegevens van elkaar gescheiden worden door een puntkomma.

In het geval meerdere codes voor eenzelfde gegeven moeten worden vermeld (bijvoorbeeld er is een communautaire en een meer specifieke nationale code vereist om een gegeven aan te duiden) dan moeten die codes door een horizontaal streepje worden gescheiden.
Twee of meerdere gegevens die bij eenzelfde code horen, (vb. nummer, datum en controlekantoor van een vergunning actieve veredeling) worden gescheiden door een schuin streepje.
Tussen alle te gebruiken leestekens (dubbel punt, puntkomma, horizontaal streepje, schuin streepje) dient telkens een spatie gelaten te worden.

Voorbeeld: Overlegging van een certificaat EUR.1 nr. 375.895.
vak 44: N954 : 375.895

De codes voor overgelegde documenten, certificaten en vergunningen zijn opgenomen in de bijvoegsels 6b en 6d.

top

8. Waar kan ik voorbeelden vinden van hoe ik het enig document volgens de nieuwe toelichting moet invullen?


Op de website vindt u de omzendbrief “INVOERING VAN DE NIEUWE TOELICHTING OP HET ENIG DOCUMENT”

In bijlage 3 wordt aan de hand van voorbeelden voor de “belangrijkste” vakken (= vakken met de meeste wijzigingen t.o.v. de oude toelichting) opgegeven wat moet worden ingevuld.

top

9. Als we in bepaalde vakken alle gevraagde codes en vermeldingen moeten invullen, is er plaats te kort. Waar moet de rest van de gegevens dan vermeld worden?


Indien dit het geval is, moet u een bijlage inlassen. Op de website vindt u de omzendbrief “INVOERING VAN DE NIEUWE TOELICHTING OP HET ENIG DOCUMENT “

In bijlage 2 § 5 “Inlassen van bijlagen voor het opnemen van gegevens van bepaalde vakken” wordt de werkwijze voor het inlassen van bijlagen uitgelegd.

top

10. We hebben een vergunning voor gebruik van een factuurverklaring ( vereenvoudiging inzake oorsprong). Met de huidige toelichting komt er in vak 44 'factuur oorsprong' gevolgd door het nummer van de factuur. Welke code krijgt deze vermelding in de nieuwe toelichting?


De codes die overeenstemmen met oorsprongsverklaringen (toegelaten exporteur in het kader van oorsprong = de firma brengt zelf een oorsprongsverklaring aan op de factuur), bevinden zich in bijvoegsel 6d:
Bij uitvoer:   (S35)

Bij een bedrag < of = dan 6.000 EUR
de nationale code 2018 voor gebruik van de factuurverklaring inzake preferentiële oorsprong + nr. van de factuur
Bij een bedrag > dan 6.000 EUR

Bij invoer:

de nationale code 2018 voor gebruik van de factuurverklaring inzake preferentiële oorsprong + nr. van de factuur   (S35top

11. Wij hebben een vergunning voor de opmaak van in- en uitvoerdocumenten in de domiciliëringsprocedure (= toegelaten afzender en toegelaten exporteur). Welke codes (en tekst) moeten in vak 44 vermeld worden bij het opmaken van een document in het kader van die vergunningen?


In bijvoegsel 6d vindt u een overzicht van de vergunningen inzake douane en accijnzen.
De vergunning “toegelaten afzender" en “toegelaten geadresseerde” valt onder “Vereenvoudigde procedure bij vertrek en aankomst” (code 3030 + inschrijvingsnummer).   S9

S15

top

12. Voor wat betreft de vakken A – B – C – D. Moeten hier veranderingen aangebracht worden ?

Neen, deze vakken zijn voorbehouden aan de administratie.

Voor wat betreft vak D zijn echter bijzondere bepalingen van toepassing voor de toegelaten afzenders/exporteurs. Zie terzake § 52 van het schema gevoegd bij de omzendbrief « Vereenvoudiging bij vertrek en ter bestemming » (dit was nu al het geval).

Deze omzendbrief van 01.01.2003 nr. D.D. 243.185 (D.I. 521.103) kan geraadpleegd worden

via internet :

via intranet :

top

13. Kan u mij de lay-out van het nieuwe Enig document doorsturen?


De lay-out van het Enig document wijzigt niet. Ter zake verwijs ik graag naar de Verordening (EG) nr. 2286 van de Commissie van 18 december 2003 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2454/93. In deze verordening vindt u de officiële modellen van het Enig document terug.

 

top

14. Wij hebben een vergunning AV Schorsing (klassieke type). Wij hebben geen vergunning inzake domiciliëringsprocedure. Wij dienen onze aangifte rechtstreeks in op het kantoor. Welke codes moeten in vak 44 vermeld worden voor plaatsing van goederen onder de regeling actieve veredeling?

a) U kan de codes die moeten ingevuld worden, vinden in de bijvoegsels 6b en 6c
Bijvoegsel 6b:
C601: communautaire code voor een vergunning A.V.
Bijvoegsel 6c
3046 : nationale code voor een vergunning A.V.-schorsing - klassieke type
(gevolgd door nr. en datum van de vergunning en naam van het controlekantoor)
Bijvoegsel 6b
C603 : communautaire code voor een inlichtingenblad INF1 (gevolgd door het nr. van de INF1); (indien van toepassing)

b) Volgorde van de codes en de gegevens:
U moet eerst alle codes en gegevens vermelden die betrekking hebben op de vergunning A.V..
Daarna moet u, indien dit van toepassing is, de code C603 vermelden die betrekking heeft op een INF1. De soorten gegevens vergunning AV e n INF1 moet u scheiden door een horizontale streep of door de code C603 op een nieuwe lijn te plaatsen.

c) In te vullen in vak 44: (vb. vergunning DD 34.568 7.8.2006, controlekantoor Gent, INF 1 nummer 1254253)
C601 – 3046 : D.D. 34.568 / 7.8.2006 / controlekantoor Gent
C603 : 1254253
Of
C601 – 3046 : D.D. 34.568 / 7.8.2006 / controlekantoor Gent ; C603 : 1254253

 

top

15. Moeten we voor een ACC4 aangifte de codes van de oude toelichting gebruiken ?


De douanetoelichting heeft geen betrekking op ACC4. De wetgeving is verschillend. De accijnzen veranderen hun toelichting betreffende intracommunautaire bewegingen niet.

top

16. In vak 14 moeten we de aangever/vertegenwoordiger opgeven. Indien de vermelde partij zowel optreedt als "aangever" (in eigen naam) en als "indirecte vertegenwoordiger" (in eigen naam doch voor rekening van een andere), welke code dient te worden opgegeven ; [1] voor aangever of [3] voor indirecte vertegenwoordiging ?

U moet de code "3" vermelden omdat die code de meeste informatie geeft over de wijze van aangifte.
Er is wel een verschil tussen de begrippen "aangever" (zie art. 4.18 van het CBW) en "indirecte vertegenwoordiger" (zie art. 5 van het CBW).

top

17. Voor de regelingen A, C, E en F begrijp ik niet goed wat we moeten invullen in vak 18 (vervoermiddel bij vertrek)


Wat betreft vak 18 (identiteit), moet voor het vervoer over de weg, de kentekenplaat van het voertuig worden vermeld. Als een trekker en een oplegger verschillende registratienummers hebben, moeten de kentekenplaten van beide vermeld worden.
Wat betreft vak 18 (nationaliteit) mag dit niet ingevuld worden in de regelingen A, C, E en F.

top

18. Wat dient er ingevuld te worden in vak 21 (grensoverschrijdend actieve vervoermiddel) indien goederen, die over de weg vertrekken, een aantal malen worden overgeladen zonder dat wij als aangever/afzender hiervan op de hoogte zijn?


In de toelichting staat bij vak 21 de volgende tekst: " Vermelding van de nationaliteit van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Gemeenschap wordt overschreden, zoals deze bij het vervullen van de formaliteiten bij uitvoer bekend is."
Indien dit voertuig onderweg verandert, kan u enkel de gegevens doorgeven die u op het ogenblik van het opmaken van het document bekend waren.

top

19. Mag de landencode (ISO) van het land dat de nummerplaat van een vrachtwagen heeft toegekend, beschouwd worden als landencode om de nationaliteit aan te geven?


Het gebruik van de ISO alfa-2-code is inderdaad voorzien. Voorbeeld: een nummerplaat toegekend in België, heeft als ISO alfa-2-code “BE” (niet “B”!).

top

20. Welke code dient gebruikt te worden in kader van particulier douane-entrepot type E, met procedures D ?


Indien in een vergunning voor het douane-entrepot type E wordt bepaald dat het bijzonder kenmerk van het type D van toepassing is, moeten de bepalingen van toelichting K worden toegepast. In regeling K werd in het begin van de betreffende toelichting de volgende zin ingelast: "Indien in een vergunning voor het douane-entrepot type E wordt bepaald dat het bijzonder kenmerk van het type D van toepassing is, moet de toelichting K worden gebruikt."

top

21. Voor bepaalde regelingen, vraagt men in vak 30 (Plaats van de goederen) de UN/LOCODE via een site van de EG/UNO.


Voorbeeld
BE BRU voor Brussel
BE HSX voor de vroegere gemeente Herseaux (MOUSCRON)
BE BGE voor de vroegere gemeente Bellegem (KORTRIJK)

Mag men nog steeds de Belgische postcode gebruiken?
Antwoord
Ja, op grond van § 44 van de omzendbrief van 1 december 2006, n° D.D. 274.057 (D.I. 530.11) is het voor u mogelijk om tot aan de inwerkingtreding van PLDA, en dit voor de aangiften op papier, de postcode en de naam van de gemeente te gebruiken.
Zie 6.8. Bijvoegsel 8 - unlocodes BELGIUM .

top

22. Voor bepaalde uitvoerregelingen (toelichting A, C, D, E), moet het vak 29 (kantoor van uitgang) ingevuld worden. Men doet beroep, voor de codering, op de Europese site van douanekantoren voor douanevoer. Is dit juist? Kan u mij hiervan een voorbeeld geven?


Ja, helemaal juist.

Voorbeelden :
Douanekantoor van Hasselt (BE) : BE410000
Douanekantoor van La Louvière (BE) : BE632000
Douanekantoor van « Abfertigungstelle Hamburg-IPZ-See (DE) » : DE004633

Informatie over de douanekantoren kan opgezocht worden via de link http://ec.europa.eu/taxation_customs/dds2/col/col_search_home.jsp?Lang=nl (S36)

top

23. U eist het invullen van vak 29 (douanekantoor van uitgang) terwijl dit vak vroeger niet geëist werd. Waarom zijn er meer verplichtingen dan in het verleden?

Dit gegeven wordt geëist op communautair niveau in het kader van ECS (Export Control System), dat een uitwisseling van gegevens tussen het kantoor van uitvoer en het kantoor van uitgang toelaat.   S9
Toepassingsdatum: 1.07.2007.

top

24. Wat is er gebeurd met de codes in verband met het type belasting in vak 47 (eerste kolom)?


In de nieuwe toelichting maakt men voor het type belasting een onderscheid tussen de codes inzake douane en BTW enerzijds en de codes inzake accijnzen anderzijds.

Codes inzake douane en BTW
De numerieke codes inzake douane en BTW uit de oude toelichting worden in de nieuwe toelichting omgezet in alfanumerieke codes. Een lijst van deze codes is opgenomen in vak 47 (eerste kolom) van de toelichtingen H, I en K.
Voorbeelden:
- de oude code 001 (BTW) wordt de nieuwe code B00;
- de oude code 003 (EG-invoerrechten) wordt opgevangen door de nieuwe codes A00 (douanerechten op industrieproducten) en A10 (douanerechten op landbouwproducten);
- de oude code 035 (nalatigheidsintrest inzake douane) wordt de nieuwe code D00;
- de oude code 036 (compenserende intresten (inzake PAV)) wordt de nieuwe code D10
enz…

Codes inzake accijnzen
Daar waar in de oude toelichting voor de accijnzen een numerieke code werd gebruikt voor het type belasting, wordt in de nieuwe toelichting voor de inverbruikstelling met betaling of vrijstelling van de accijns een combinatie gebruikt van de vakken 33 (vijfde onderverdeling) en 47 (eerste kolom).

Codes in vak 33 (vijfde onderverdeling)

Inverbruikstelling
met betaling van de accijns

Inverbruikstelling
met vrijstelling van de accijns

Q : energieproducten

R : energieproducten

S : alcohol en alcoholhoudende
dranken

T : alcohol en alcoholhoudende
dranken

U : alcoholvrije dranken en koffie

V : alcoholvrije dranken en koffie

W : tabaksfabrikaten

X : tabaksfabrikaten

Codes in vak 47 (eerste kolom)
100 : accijns
199 : specifieke accijns
200 : bijzondere accijns
299 : specifieke bijzondere accijns
300 : bijdrage op de energie
400 : controleretributie
500 : verpakkingsheffing
600 : milieutaks

Inverbruikstelling met betaling van de accijns


Voor de inverbruikstelling met betaling van de accijns dient in vak 33 (vijfde onderverdeling) een nationale aanvullende code, bestaande uit 4 alfanumerieke tekens, ingevuld te worden die aangeeft welk type accijnsrecht (of geassimileerd) in vak 47 (eerste kolom) moet ingevuld worden. Het type accijnsrecht (of geassimileerd) wordt aangeduid met een code bestaande uit 3 numerieke tekens.
Voorbeeld:
Voor gelode benzine van de GN-code 2710 11 31 wordt in vak 33 (vijfde onderverdeling) de code Q001 vermeld. Deze code geeft aan dat op dit product 3 types accijnsrecht (of geassimileerd) van toepassing zijn (de codes 100, 200 en 300 in vak 47 (eerste kolom)).

Inverbruikstelling met vrijstelling van de accijns


Voor de inverbruikstelling met vrijstelling van de accijns komt in vak 33 (vijfde onderverdeling) een specifieke code voor “vrijstelling”, bestaande uit 4 alfanumerieke tekens, waardoor er geen inning plaatsvindt.
Voorbeeld:
Voor zware stookolie van de de GN-code 2710 19 61 wordt in vak 33 (vijfde onderverdeling) de code R300 vermeld. Deze code geeft aan dat er voor dit product geen inning plaatsvindt in vak 47. Vak 47 dient bijgevolg niet ingevuld te worden.
Een lijst met codes voor vak 33 (vijfde onderverdeling), zowel voor de inverbruikstelling met betaling van de accijns als voor de inverbruikstelling met vrijstelling van de accijns, is opgenomen in bijvoegsel 7 .
De heffingsvoeten in bijvoegsel 7 worden slechts bij wijze van voorbeeld vermeld. In de gegeven omstandigheden dient men de van kracht zijnde wetgeving te raadplegen, die constant in ontwikkeling is.
Deze lijst bevat naast de codes in vak 33 (vijfde onderverdeling):

top

25. Ik beschik over een maandelijkse globalisatievergunning. Beïnvloedt de nieuwe toelichting van het ED mijn maandelijkse aangifte?

Gedeeltelijk maar niet fundamenteel.
 
De huidige Instructie Enig document (D.I. 530.11) geldt nog steeds maar u dient enkele vakken aan te passen die u gevraagd worden in de nieuwe toelichting van het ED.

U kan deze instructie (10.05.2004) raadplegen via intranet en internet.
Via intranet
http://ccff02.minfin.fgov.be/KMWeb/document.do?method=view&id=628e76a5-e61d-4e56-86cc-4b6503ceca23#findHighlighted
Via internet
http://www.fisconet.fgov.be/nl/?frame.dll&root=V:/sites/FisconetNldAdo.2/&versie=04&type=inst-dproc!INH&

Voor de globalisaties bij aankomst
U dient de § 211 betreffende deze globale aangifte bij aankomst te raadplegen. Terzake dienen de beperkt' vereiste vakken de regels van de nieuwe toelichting van het ED te volgen (vb.: vak 1 - in te vullen met de letters A, B, …Z in de tweede onderverdeling).
De bijlagen bij deze globale aangifte worden niet beïnvloed door de nieuwe toelichting.

Voor de globalisaties bij vertrek
Hetzelfde geldt voor de globalisaties bij vertrek. Terzake dienen de bepalingen van § 222 dezelfde regels te volgen van de nieuwe toelichting van het ED.
De bijlagen bij deze globale aangifte worden niet beïnvloed door de nieuwe toelichting.

top

26. Soms vind ik de vermelding « Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld » en op andere plaatsen de vermelding « Dit vak mag in de BLEU niet ingevuld worden ». Waarom dit onderscheid ? En heeft dit een verschillende impact op het invullen van het ED? 

S9

De vermelding « Dit vak mag door de lidstaten niet meer worden ingevuld » betekent dat de communautaire verordening die de nieuwe toelichting oplegt aan de lidstaten niet langer de toelating geeft om deze vakken in te vullen.

De vermelding « Dit vak mag in de BLEU niet ingevuld worden » betekent dat de BLEU (België en Groothertogdom Luxemburg) de keuze heeft gemaakt om deze vakken niet op te nemen. Deze vakken kunnen echter wel in andere lidstaten gevraagd worden.   S9
***
Praktisch gezien heeft dit echter geen enkele invloed op de wijze van invullen van het ED: u mag dit vak niet invullen, ongeacht welke formule gebruikt wordt.

top

27. Mag vak 8 (geadresseerde) bij (weder)uitvoer ingevuld worden?


Vak 8 werd door Verordening (EG) nr. 2286/2003 niet verplicht opgelegd. Het verkreeg de status “B”, d.w.z. facultatief voor de lidstaten: ofwel legt de betrokken lidstaat dit gegeven verplicht op ofwel mag dit gegeven in de betrokken lidstaat niet ingevuld worden (zie Publicatieblad van de Europese Unie van 31 december 2003, nr. L 343 – bladzijden 78 t/m 82).

De Belgische Administratie der douane en accijnzen heeft beslist om vak 8 bij (weder)uitvoer niet verplicht op te leggen. Deze beslissing werd bekrachtigd door het Ministerieel besluit van 11 januari 2007 tot wijziging van het ministerieel besluit van 22 juli 1998 betreffende de aangiften inzake douane en accijnzen (Belgisch Staatsblad van 8 mei 2007). Dit impliceert dat dit vak niet mag ingevuld worden in de regelingen A, C, D en E van de toelichting op het Enig document.

Onderstaande argumenten maken duidelijk waarom de Administratie der douane en accijnzen de beslissing heeft genomen om vak 8 niet te vragen bij (weder)uitvoer:

1) vak 8 was nooit verplicht ten aanzien van de formaliteiten bij uitvoer omdat de Europese Commissie dit een weinig betrouwbaar gegeven vond. Tijdens het vervoer van de goederen is het namelijk mogelijk dat de goederen doorverkocht worden en dat de uiteindelijke geadresseerde niet gekend is;
 
2) het verplicht vermelden van dit gegeven zou de marktdeelnemers veel problemen bezorgen en ook de eerste lijnsdiensten van de douane, die geconfronteerd worden met de goederenstroom (niet blokkeren!), zouden enorme moeilijkheden ondervinden, vooral in het geval van kettingverkopen;

3) de communautaire wetgeving is heel voorzichtig voor wat betreft het land van bestemming bij uitvoer (vak 17a). Zij legt dit vak wel verplicht op aan de lidstaten maar nuanceert toch heel sterk de wijze van invullen van dit vak:
“In vak 17a de in bijlage 38 vastgestelde communautaire code vermelden van het laatste land van bestemming dat op het tijdstip van uitvoer bekend is waarnaar de goederen dienen te worden uitgevoerd."
Diezelfde communautaire wetgeving gaat niet zover om vak 8 verplicht op te leggen ten aanzien van de formaliteiten bij uitvoer aangezien dit gegeven nog moeilijker af te bakenen is dan vak 17a;

 4) in vergelijking met de oude toelichting op het Enig document worden er in de nieuwe toelichting door de Administratie der douane en accijnzen geen bijkomende gegevens gevraagd.
Aangezien het invullen van vak 8 in de oude toelichting niet verplicht was ten aanzien van de formaliteiten bij uitvoer wordt dit vak dan ook niet verplicht opgelegd in de nieuwe toelichting op het Enig document.

top

28. Bestaat er een verband tussen de vakken 18 (vervoermiddel bij vertrek en bij aankomst) en 26 (binnenlandse vervoerwijze) enerzijds en de vakken 21 (grensoverschrijdende actieve vervoermiddel) en 25 (vervoerwijze aan de grens) anderzijds?

S9

Verband tussen de vakken 18 (vervoermiddel bij vertrek of bij aankomst) en 26 (binnenlandse vervoerwijze)

Het gebruikte vervoermiddel en de identificatie ervan in vak 18 komen overeen met een bepaalde code die de vervoerswijze aanduidt in vak 26.

Dit verband wordt duidelijk aangetoond met volgende tabel:

VAK 18

VAK 26

Vervoermiddel

Wijze van identificatie

Vervoerswijze

Vervoer over zee

Naam van het vaartuig

1

Vervoer per binnenschip

Naam van het vaartuig

8

Vervoer door de lucht

Nummer en datum van de vlucht (indien er geen vluchtnummer is het registratienummer van het luchtvaartuig vermelden)

4

Vervoer over de weg

Kentekenplaat van het voertuig

3

Vervoer per spoor

Nummer van de wagon

2

 

Verband tussen de vakken 21 (grensoverschrijdende actieve vervoermiddel) en 25 (vervoerwijze aan de grens)

Het gebruikte vervoermiddel en de identificatie ervan in vak 21 komen overeen met een bepaalde code die de vervoerswijze aanduidt in vak 25.

Dit verband wordt duidelijk aangetoond met volgende tabel:

VAK 21

VAK 25

Vervoermiddel

Wijze van identificatie

Vervoerswijze

Vervoer over zee

Naam van het vaartuig

1

Vervoer door de lucht

Nummer en datum van de vlucht (indien er geen vluchtnummer is het registratienummer van het luchtvaartuig vermelden)

4

Vervoer over de weg

Kentekenplaat van het voertuig

3

Vervoer per spoor

Nummer van de wagon

2

top

29. Als de aangever een douane-expediteur is, mag deze persoon dan in de rechterbovenhoek van vak 14 als identificatienummer zijn BTW-nummer vermelden?

Neen.

De douane-expediteur moet in de rechterbovenhoek van vak 14 als identificatienummer zijn inschrijvingsnummer vermelden, voorafgegaan door de ISO alfa-2 code “BE” (landencode).

Voorbeeld

Het inschrijvingsnummer van een douane-expediteur is 323.

In de rechterbovenhoek van vak 14 moet bijgevolg als identificatienummer het nr. BE323 vermeld worden

top

30. Welke aanvullende gegevens worden in de papieren procedure gevraagd (in vergelijking met de geautomatiseerde procedure)?

S9

Volgende vakken mogen enkel ingevuld worden op papieren aangiften:

  1. vak 3 (formulieren) in alle regelingen;
  2. vak 15 (land van verzending/uitvoer) in regeling F (douanevervoer);
  3. vak 17 (land van bestemming) in regeling F (douanevervoer).

Dit betekent bijgevolg dat deze vakken in PLDA niet gebruikt mogen worden.

31.Worden zowel het EORI-nummer als het BTW-identificatienummer vermeld in hetzelfde vak?

Neen.

In dit geval bestaan er twee mogelijkheden, naargelang de van toepassing zijnde regeling.  

1) Regelingen A, C, D, E, F en G

  1. Vak 2

Vanaf de inwerkingtreding van ECS fase 2 dient het EORI-nummer in vak 2 vermeld te worden.

Het BTW-identificatienummer van de belanghebbende dient op dat moment altijd in vak 44 vermeld te worden, ook in het geval dat het EORI-nummer en het BTW-identificatienummer identiek zijn. In afwachting van een communautaire codering dient het BTW-identificatienummer in vak 44 voorafgegaan te worden door de nationale horizontale vermelding ALGEN06.    

2. Vak 50

Vanaf de inwerkingtreding van ECS fase 2 dient het EORI-nummer in regeling F (douanevervoer) eveneens vermeld te worden in vak 50.

Omwille van redenen die verbonden zijn aan de borgstelling dient in vak 44 altijd het BTW-identificatienummer vermeld te worden van de aangever of  van de gevolmachtigde vertegenwoordiger die namens de aangever ondertekent, ook in het geval dat het EORI-nummer en het BTW-identificatienummer identiek zijn. In afwachting van een communautaire codering dient het BTW-identificatienummer in vak 44 voorafgegaan te worden door de nationale horizontale vermelding ALGEN07.    

2) Regelingen H, I, J en K

De bepalingen van de regelingen bij invoer worden voorlopig niet gewijzigd.

Het BTW-identificatienummer dient dus nog altijd vermeld te worden in
vak 8.

top

32.Dient het gegeven “geadresseerde” bij (weder)uitvoer verplicht vermeld te worden wanneer het gebruik van de veiligheidsgegevens noodzakelijk is?

Ja.

Hoewel het gegeven “geadresseerde” op een douaneaangifte ten (weder)uitvoer (vak 8) niet mag ingevuld worden, moet die aangifte dit gegeven verplicht bevatten bij gebruik van de veiligheidsgegevens (zie “Aantekening 3: Douaneaangifte ten uitvoer” van bijlage 30 bis van het CTW).  

Indien uitzonderlijk een papieren aangifte wordt gebruikt met vermelding van de veiligheidsgegevens, dient dit gegeven betreffende de geadresseerde als volgt ingevuld te worden:

-in vak S06 van het document veiligheid dat ter aanvulling van een gewoon Enig document wordt gebruikt

of

-in vak 8 van een Enig document Uitvoer/Veiligheid (gecombineerd)

top

33.In vak 2 (afzender/exporteur) van een aangifte ten uitvoer dient het EORI-nummer vermeld te worden en in vak 44 het BTW-identificatienummer, voorafgegaan door de horizontale vermelding ALGEN06. Mag men in vak 44 van deze aangifte een buitenlands (niet-Belgisch) BTW-identificatienummer vermeld worden bij uitvoer in België door een niet in België gevestigde BTW-belastingplichtige?

Niet in België gevestigde BTW-belastingplichtigen, die in België uitsluitend goederen uitvoeren met toepassing van de vrijstelling van BTW bedoeld in artikel 39 van het BTW-Wetboek), zijn niet verplicht een Belgisch BTW-identificatienummer te hebben. Het spreekt evenwel voor zich dat wanneer ze in België naast uitvoeren ook andere handelingen stellen, waarvoor ze wel geregistreerd moeten worden, ze dat BTW-nummer ook moeten gebruiken om hun uitvoeren aan te geven (in de periodieke  BTW-aangiften en op de aangifte ten uitvoer).

Niet in België gevestigde BTW-belastingplichtigen die in België niet over een individueel BTW-identificatienummer moeten beschikken, kunnen bijgevolg voor hun uitvoeren vanuit België niet verplicht worden om dit nummer te vermelden in vak 44 van het Enig document. De BTW-administratie heeft er echter geen bezwaar tegen dat EU-belastingplichtigen in vak 44 van het Enig document het BTW-identificatienummer vermelden dat hen door hun lidstaat werd toegekend. PLDA is echter (nog) niet in die zin geconfigureerd en aanvaardt enkel Belgische BTW-identificatienummers.

Volledigheidshalve wordt er nog op gewezen dat niet in België gevestigde BTW-belastingplichtigen die niet beschikken over een individueel  BTW- identificatienummer, een beroep kunnen doen op een door de BTW-administratie vooraf erkende globale aansprakelijke vertegenwoordiger die titularis is van een globaal BTW-identificatienummer, beginnend met BE 796.6. Wanneer terecht gebruik wordt gemaakt van het globaal BTW-identificatienummer, beginnend met  BE 796.6, moet dit nummer in vak 44 vermeld worden, voorafgegaan door de horizontale vermelding ALGEN06.
De globale BTW-identificatienummers, beginnend met BE 796.5, mogen niet gebruikt worden bij uitvoer.

Conclusie

In vak 44 van de aangifte ten uitvoer mag bij uitvoer in België door een niet in België gevestigde BTW-belastingplichtige in geen enkel geval een buitenlands (niet-Belgisch) BTW-identificatienummer vermeld worden.

Aanvullende informatie hieromtrent is beschikbaar in de dienstbrief nr. D.D. 301.375 van 8 september 2010 betreffende uitvoer in België door een niet in België gevestigde BTW-belastingplichtige - vermelding van het
BTW-identificatienummer (zie tabblad “Documentatie en downloads”,
te raadplegen via de link http://www.fiscus.fgov.be/interfdanl/nl/ed/documentatie.htm)

34.Door de invoering van de “Incoterms 2010” werden vanaf 1 januari 2011 twee nieuwe Incoterms gecreëerd en vier “oude” Incoterms geschrapt. Wat is het gevolg van deze maatregel voor de vermelding van de Incoterms op de douaneaangiften?

Incoterms zijn internationale leveringsvoorwaarden die worden gepubliceerd door de Internationale Kamer van Koophandel (ICC) en veelvuldig worden gebruikt bij internationale handelstransacties. Op de Belgische douaneaangiften dienen zij verplicht vermeld te worden in vak 20 van de regelingen A, C, E, H en I.

Door de invoering van de “Incoterms 2010” werden vanaf 1 januari 2011 de Incoterms DAP en DAT gecreëerd en de Incoterms DAF, DDU, DEQ en DES geschrapt. Aangezien de Incoterms opgenomen zijn in bijlage 38 van Verordening (EEG) Nr. 2454/93 (toepassingsbepalingen van het Communautair douanewetboek), was een bijwerking van deze verordening noodzakelijk. Omwille van redenen die verband houden met het besluitvormingsproces van de Europese Unie, was het echter niet mogelijk deze verordening te wijzigen vóór de invoeringsdatum van de nieuwe Incoterms (1 januari 2011).

Conclusie

Door het ontbreken van de noodzakelijke wettelijke bepalingen voor de wijzigingen van de Incoterms in bijlage 38 van Verordening (EEG) Nr. 2454/93:

-moeten de douaneadministraties de nieuwe Incoterms DAP en DAT, waarvan de marktdeelnemers vanaf 1 januari 2011 gebruik mogen maken, kunnen ontvangen en in hun systemen verwerken

   EN

-kunnen de marktdeelnemers de geschrapte Incoterms DAF, DDU, DEQ en DES blijven gebruiken en moeten de douaneadministraties deze ook na 1 januari 2011 in hun systemen kunnen verwerken.

35.Mag de communautaire code 01 vermeld worden in vak 37, eerste deelvak als gevraagde regeling voor het uitsluitend in het vrije verkeer brengen?

NEEN!!

Code 01 kan slechts in de volgende twee gevallen gebruikt worden:

1:in het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdige wederverzending in het handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Gemeenschap waar richtlijn 2006/112/EG van de Raad niet van toepassing is en delen van dit gebied waar deze richtlijn wel van toepassing is.

Voorbeeld

Goederen uit een derde land die in Frankrijk in het vrije verkeer worden gebracht en gelijktijdig wederverzonden worden naar de Kanaaleilanden.

2: in het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdige wederverzending/wederuitvoer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en landen waarmee deze een douane-unie heeft opgericht:

Het in het vrije verkeer brengen van de goederen die niet onder de   douane-unie vallen – zoals bvb. de EGKS-producten uit Turkije - valt niet onder deze code.

Oplossing

Voor het uitsluitend in het vrije verkeer brengen dienen volgende codes vermeld te worden op een aangifte van regeling H:

36.In welke vakken op het Enig document (douane) en op het elektronisch administratief document (e-AD) (accijnzen) worden het kantoor van uitgang en het kantoor van uitvoer vermeld bij de uitvoer van accijnsgoederen?

In vak 8a (Kantoor - plaats van levering - douane) van het e-AD dient het nummer van het kantoor van uitvoer vermeld te worden terwijl in vak 29 (Kantoor van uitgang) van het Enig document de code vermeld dient te worden van het douanekantoor via hetwelk de goederen het douanegebied van de Europese Unie vermoedelijk zullen verlaten. In de bijlage bij de nota nr. D.A. 255.512 van 17 februari 2012 inzake "EMCS- Kantoor van uitvoer" wordt de procedure bij de uitvoer van accijnsgoederen op schematische wijze weergegeven. Op de website van de toelichting van het Enig document is deze nota opgenomen in het tabblad "Documentatie en downloads". Deze nota geeft u ook het verschil tussen “kantoor van uitvoer” en “kantoor van uitgang”.

37.Welke codes dienen ingevuld te worden in het eerste en tweede deelvak van vak 37 van regeling H (in het vrije verkeer brengen) ter aanduiding van de begunstigde verrichting “terugkerende goederen”?

Er dient eerst een onderscheid gemaakt te worden tussen voorziene en onvoorziene wederinvoer.

A. Voorziene wederinvoer

Het betreft een wederinvoer na tijdelijke uitvoer met het oog op latere terugkeer in
ongewijzigde staat.

De toepasselijke codes in vak 37 (eerste deelvak) zijn 6123, 6323 of 6823.

In voorkomend geval en indien aan de voorwaarden zijn voldaan, kan één  van de
twee communautaire codes F01 of F03 vermeld worden in vak 37 (tweede deelvak).

Voorbeelden:

         1) code 6123: wederinvoer van een schilderij na tijdelijke uitvoer voor een tentoonstelling in een derde
                                land;

         2) code 6823: wederinvoer en gelijktijdige plaatsing in een accijnsentrepot van accijnsproducten na tijdelijke uitvoer voor een voedsel-    en drankenbeurs.

Opgelet!!

Voorziene wederinvoer na passieve veredeling valt niet onder deze codes.   De toepasselijke codes in vak 37 (eerste deelvak) zijn in dat geval 6121, 6321 of 6821, eventueel in combinatie met één van de communautaire codes B01 t/m B05 in vak 37 (tweede deelvak).

B. Onvoorziene wederinvoer

Na definitieve uitvoer keren de goederen in de Europese Unie terug als terugkerende goederen in de
zin van artikel 185 van het Communautair douanewetboek.

De toepasselijke codes in vak 37 (eerste deelvak) zijn: 6110, 6310 of 6810.  

In voorkomend geval en indien aan de voorwaarden zijn voldaan, kan één van de communautaire
codes F01, F02 of F03 vermeld worden in vak 37 (tweede deelvak).

C. Specifiek geval

Een specifiek geval betreft de onder de regeling actieve veredeling verkregen producten die werden
(weder)uitgevoerd uit het douanegebied van de Europese Unie en die wederingevoerd en in het vrije
verkeer gebracht kunnen worden met gedeeltelijke vrijstelling van de rechten bij invoer.
De toepasselijke code in vak 37 (eerste deelvak) is 61 (geen voorafgaande regeling) en in vak 37
(tweede deelvak) dient de communautaire code F04 vermeld te worden.

Uitgebreide informatie over vorengenoemde codes kan geraadpleegd worden in regeling H van de
toelichting van het Enig document.

top