|
| |
Aanpassing van de administratieve richtlijnen betreffende "geschenken van
geringe waarde en sociale voordelen"
Bericht aan de werkgevers
Inleiding
Bij de mondelinge parlementaire vraag gesteld op 27 november 2002 in de
Kamercommissie voor de Financiën en de Begroting werd aan de Minister van
Financiën uitleg gevraagd over sommige, niet aangepaste, bedragen die zijn
opgenomen in de administratieve richtlijnen betreffende de sociale voordelen in
de zin van artikel 38, eerste lid, 11° en 53, 14°, van het Wetboek
van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
In zijn antwoord heeft de Minister van Financiën zijn beslissing medegedeeld
om de voormelde bedragen te wijzigen met het oog op, ofwel een aanpassing aan de
evolutie van de index, ofwel een harmonisatie, ofwel de overeenstemming met de
economische realiteit, ofwel tenslotte de inachtneming van de rechtspraak
terzake.
Bijgevolg werd beslist dat:
- het maximumbedrag om de geringe waarde van een handelsgeschenk te bepalen
in het kader van artikel 12, §1, eerste lid, 2°, van het BTW-wetboek
in het kader van een harmonisatie, eveneens in aanmerking mag worden genomen
voor de waardering een "geschenk van geringe waarde" voor de toepassing van
artikel 38, eerste lid, 11°, c, WIB 92.
Dit bedrag - oorspronkelijk 12,50 euro - bedraagt voortaan 50 euro,
ingevolge een aanpassing aan de index sinds de inwerkingtreding in 1970;
- er geen enkel onderscheid meer wordt gemaakt naargelang van de bestemming
of de benaming van de cheques, noch naargelang van het feest of de
gelegenheid waarvoor ze zijn toegekend;
- de huidige maximumbedragen van 25 euro en 75 euro inzake
beroepskosten aan de indexering worden aangepast en voortaan 35 euro en
105 euro bedragen;
- bij pensionering een nieuw maximumbedrag van 35 euro per dienstjaar
wordt ingevoerd.
Bijgevolg moeten volgende wijzigingen aan de bepalingen van de
administratieve commentaar op het WIB 92 (Com.IB 92) worden aangebracht.
Wijzigingen aan de bepalingen van de administratieve commentaar op het WIB
92
Vrijstelling van de sociale voordelen bij de verkrijgers
(artikel 38, eerste lid, 11°, WIB 92)
De vrijstelling bedoeld in artikel 38, eerste lid, 11°, WIB 92 is
volgens nr. 38/25 Com.IB 92 inzonderheid van toepassing op (zie
Kamer, Vers. Comm. Fin., zitting 1979-1980, Stuk 323/47, blz. 18 en 35):
- de collectieve voordelen van geringe waarde die niet kunnen worden
geïndividualiseerd of m.a.w. waarvan het praktisch onmogelijk is het per
verkrijger behaalde deel te bepalen (zoals b.v. het verstrekken van
dagelijkse middagmalen aan het personeel tegen een sociale prijs,
sinterklaasfeesten enz.);
- individualiseerbare voordelen die hulpverlening in uitzonderlijke
omstandigheden beogen (b.v. bij heelkundige ingrepen, overlijden van een
familielid enz.);
- geringe voordelen of gelegenheidsgeschenken als blijk van erkentelijkheid
of van goedgunstigheid gegeven naar aanleiding van gelukkige of
onfortuinlijke gebeurtenissen die geen rechtstreeks verband houden met de
beroepswerkzaamheid (speelgoed voor de kinderen, een geschenkje bij een
huwelijk, een decoratie of een jubileum enz.).
Wat betreft de derde gedachtestreep verduidelijkt voetnoot "(1)" dat:
"Of een geschenk mag worden aangemerkt als een sociaal voordeel hangt in
essentie af van de omstandigheden waarin het is aangeboden en van de waarde
ervan (d.i. de werkelijke waarde bij de verkrijger, zijnde het bedrag dat hij in
normale omstandigheden zou moeten besteden om het voordeel te verkrijgen)."
Die voetnoot dient met de volgende tekst te worden aangevuld:
" Met het oog op de harmonisatie mag het begrip handelsgeschenk van
geringe waarde bedoeld in artikel 12, §1, eerste lid, 2° van het btw-wetboek
echter eveneens als referentie dienen voor het begrip geringe voordelen en
gelegenheidsgeschenken dat hier is bedoeld. Daaruit volgt dat een voordeel of
een geschenk zonder meer als gering zal worden aangemerkt voor de toepassing van
art 38, eerste lid, 11°, c, WIB 92, indien het 50 euro niet overtreft."
Bovendien wordt het nr. 38/27, 23°, Com.IB 92 vervangen door de volgende
tekst:
"23° betaalbonnen ongeacht hun aard, uitgezonderd maaltijdcheques,
(geschenkcheques, surprisecheques, cultuurcheques, boekencheques, sportcheques,
aankoopbonnen, enz.) die een geringe waarde hebben en door een onderneming met
een duidelijk sociaal doel en niet als eigenlijke bezoldigingen voor geleverde
prestaties aan haar personeelsleden worden toegekend."
Aftrekbaarheid van de sociale voordelen bij de werkgever
(artikel 53, 14°, WIB 92)
Het bepaalde in nr. 53/214, 2de lid, 7° en 8°, Com.IB 92
wordt vervangen door de volgende tekst:
"7° geschenken in natura, in specie of in de vorm van betaalbons
(geschenkcheques, surprisecheques, boekencheques, sportcheques, cultuurcheques,
aankoopbonnen, enz.), wanneer zij overeenkomstig de hierna vermelde voorwaarden
worden uitgereikt:
- alle personeelsleden moeten hetzelfde voordeel verkrijgen;
- de toekenning moet gebeuren ter gelegenheid van:
- één of meer feesten of jaarlijkse gebeurtenissen, zoals Kerstmis,
Nieuwjaar, het feest van Sinterklaas, een in een bepaalde
ondernemingssector gebruikelijk patroonsfeest (zoals Sint-Elooi of
Sinte-Barbara), een verjaardag, enz.;
- de overhandiging van een eervolle onderscheiding;
- de pensionering;
- het totaal bedrag dat wordt toegekend mag niet meer bedragen dan:
- in het geval b, 1 : 35 euro per jaar en per werknemer, met dien
verstande dat ter gelegenheid van het Sinterklaasfeest of van een ander
feest dat hetzelfde sociaal oogmerk nastreeft, een aanvullend bedrag van
maximaal 35 euro per jaar mag worden toegekend voor elk kind ten laste
van de werknemer;
- in het geval b, 2 (overhandiging van een eervolle onderscheiding) :
105 euro per jaar en per werknemer;
- in het geval b, 3 (pensionering) : 35 euro per volledig dienstjaar
dat de werknemer in dienst is bij de werkgever die het geschenk toekent,
met een minimum evenwel van 105 euro;
- de betaalbons mogen alleen worden ingeruild bij ondernemingen die
vooraf een akkoord hebben gesloten met de uitgever van die betaalbons. Zij
moeten bovendien een beperkte looptijd hebben en mogen onder geen beding aan
de begunstigde in specie worden uitbetaald.
De bedragen waarvan sprake is onder c, 1, c, 2 en c, 3 mogen worden
samengevoegd."
Het bepaalde in nr. 53/215 Com.IB 92 vervalt.
Opmerking
De aandacht wordt nog gevestigd op het feit dat voormelde sociale voordelen
die beantwoorden aan de voorwaarden om aftrekbaar te zijn als beroepskosten,
uiteraard vrijgesteld zijn van belasting bij de verkrijgers. De voorwaarden die
zijn gesteld voor de aftrekbaarheid bij de werkgever hebben trouwens niet tot
gevolg dat de vrijstelling van voormelde voordelen bij de verkrijgers wordt
beperkt.
Inwerkingtreding
De nieuwe richtlijnen zijn van toepassing met ingang van het aanslagjaar
2003.
Voor de aanslagjaren 2001 en 2002 geldt het bepaalde in nr. 53/214, 2de
lid, 8°, Com.IB 92, zoals het voor die aanslagjaren van toepassing is, ook
voor de boekencheques.
|