Bestaansmiddelen
Wat wordt er verstaan onder "bestaansmiddelen"?
Het begrip "bestaansmiddelen" is zeer ruim .
Het gaat om alle regelmatig of toevallig verkregen inkomsten zoals bijvoorbeeld:
- lonen;
- inkomsten afkomstig van onroerende goederen waarvan u eigenaar bent (indien
u meerderjarig of ontvoogd bent);
- inkomsten uit kapitalen (indien u meerderjarig of ontvoogd bent);
- onderhoudsuitkeringen;
Worden daarentegen niet beschouwd als bestaansmiddelen:
- de eerste schijf van 2 360 euro (voor het inkomstenjaren 2009 en 2010) van de bezoldigingen verkregen door studenten in uitvoering van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten;
- onderhoudsuitkeringen die ter uitvoering van een gerechtelijke beslissing, waarbij het bedrag ervan met terugwerkende kracht wordt vastgesteld of verhoogd, zijn betaald na het belastbare tijdperk waarop ze betrekking hebben;
- de eerste schijf van 2 830 euro (voor het inkomstenjaren 2009 en 2010) van de onderhoudsuitkeringen die aan de kinderen zijn toegekend;
- wettelijke kinderbijslagen, kraamgelden en adoptiepremies;
- studiebeurzen;
- premies voor het voorhuwelijkssparen;
- inkomsten verkregen door een gehandicapte persoon, die in principe recht
heeft op de tegemoetkomingen aan gehandicapten zoals bepaald in de wet van
27 februari 1987, ten belope van het maximumbedrag waarop deze persoon
volgens deze wet recht heeft
- bezoldigingen verkregen door gehandicapten ingevolge hun tewerkstelling
in een erkende beschutte werkplaats.
Top
Op welke manier worden de nettobestaansmiddelen bepaald?
Het bedrag van de bestaansmiddelen waarmee rekening wordt gehouden, is een nettobedrag.
Dat betekent dat van het ontvangen bedrag kosten mogen worden afgetrokken.
Die kosten zijn:
- ofwel de werkelijk bewezen kosten;
- ofwel een forfaitair bedrag van 20 %, met een minimum van 390 euro (voor
de inkomenstenjaren 2009 en 2010) voor de bezoldigingen en de baten van vrije
beroepen of van andere winstgevende bezigheden.
Om het nettobedrag te berekenen moet u steeds van het brutobedrag vertrekken.
Lonen
Voor de lonen wordt het brutobedrag van de bestaansmiddelen verkregen:
- na aftrek van de sociale bijdragen,
- maar voor aftrek van de belasting die aan de bron is ingehouden. Als geen enkele belasting aan de bron is ingehouden, stemt het brutobedrag dus overeen met het werkelijk betaalde bedrag.
Voorbeeld:
- brutoloon: 5 000 euro;
- terugbetaling van de kosten voor woon-werkverplaatsingen: 25 euro;
- ingehouden sociale bijdragen: 15 euro;
- belasting ingehouden aan de bron: 50 euro.
Het werkelijk betaalde bedrag bedraagt dus: 5 000 euro + 25 euro - 15 euro - 50 euro = 4 960 euro,
maar het brutobedrag van de bestaansmiddelen is gelijk aan:
5 000 euro+ 25 euro - 15 euro = 5 010 euro.
Opgelet!
Indien dit loon verkregen werd in uitvoering van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten moet u (voor
de inkomstenjaren 2009 en 2010) 2 360 euro aftrekken om het brutobedrag van de bestaansmiddelen te berekenen.
Onderhoudsuitkeringen
Wanneer de bestaansmiddelen bestaan in onderhoudsuitkeringen die door een van uw ouders gestort zijn, moet u 2 830 euro (voor
de inkomstenjaren 2009 en 2010) ervan aftrekken om het brutobedrag van de bestaansmiddelen te bepalen.
Die eerste schijf van onderhoudsuitkeringen wordt inderdaad niet als bestaansmiddel beschouwd.
Zo wordt voor een onderhoudsuitkering van 3 000 euro die u in 2010 door uw vader is toegekend, slechts het gedeelte boven 2 830 euro, d.w.z.
170 euro, beschouwd als brutobestaansmiddel.
Het is dus mogelijk dat men voor de berekening van de netto
bestaansmiddelen 3 verschillende berekeningen moet maken.
Een voorbeeld zal dit verduidelijken :
Ontvangst van € 2000 bruto belastbare bezoldiging uit een gewone
arbeidsovereenkomst, € 5000 onderhoudsgeld en € 3000 bruto belastbare
bezoldiging uit een contract studentenarbeid
Berekening nettobedrag bestaansmiddelen bij ontvangst van bezoldigingen in
inkomstenjaar 2010 (geen contract studentenarbeid)
Bruto belastbare bezoldigingen (“ code 250”) – 20% forfaitaire kosten met een
minimum van € 390 = netto bestaansmiddel
2 000,00 bruto belastbare bezoldiging
- 400,00 (20 % kosten met een minimum van 390,00)
1 600,00 netto bestaansmiddel
Berekening nettobedrag bestaansmiddelen bij ontvangst van
onderhoudsuitkeringen voor inkomstenjaar 2010
(Onderhoudsuitkeringen - € 2830 vrijstelling) x 80% = netto bestaansmiddel
5 000,00 bruto onderhoudsgeld
- 2 830,00 vrijstelling (AJ 2011)*
2 170,00
X 80%
1 736,00 netto bestaansmiddel
Indien de vrijstelling groter is dan het ontvangen bedrag wordt het netto
bestaansmiddel hieruit “0”,men kan niet negatief gaan.
Berekening nettobedrag bestaansmiddelen bij ontvangst van bezoldigingen in
het kader van studentenarbeid voor inkomstenjaar 2010
(Bruto belastbare bezoldiging (code 250) - € 2360 vrijstelling) – 20 %
forfaitaire kosten met een minimum € 390 = netto bestaansmiddel
3 000,00 bruto belastbare bezoldiging
- 2 360,00 vrijstelling 1e schrijf van € 2.360,00 (aj 2011)*
640,00
- 390,00 (20 % kosten met een minimum van 390,00)
250,00 netto bestaansmiddel
* Indien de vrijstelling groter is dan het ontvangen bedrag wordt het netto
bestaansmiddel hieruit “0”,men kan niet negatief gaan.
Zodoende bedragen de bestaansmiddelen :
1.600,00 + 1.736,00 + 250,00 = 3.586,00
In dit voorbeeld zou het kind niet meer ten laste zijn van gehuwden (max. =
2.830) maar wel van een alleenstaande (max = 4.080)
Top
Voorbeeld 1:
U bent student en woont samen met uw moeder en haar tweede echtgenoot. U
werkt in 2010 volgens een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten. Na
aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen ontvangt u voor deze job 5 000 euro.
Aan de bron werd geen belasting ingehouden. U bewijst geen werkelijke kosten.
Van uw vader ontvangt u een onderhoudsuitkering van 5 000 euro per jaar.
Wat is het nettobedrag van uw bestaansmiddelen?
| Inkomsten 2010 |
Bruto
bestaansmiddelen |
Forfaitaire kosten |
Netto
bestaansmiddelen |
| Loon: 5 000 € |
5 000 € - 2 360€=
2 640 € |
2 640 € x 20 % = 528 € |
2 640 € - 528 € = 2112 € |
Ontvangen
onderhoudsuitkering: 5 000 € |
5 000 € - 2 830 € = 2 170 € |
2 170 € x 20 % = 434 € |
2 170 € - 434 € = 1 736 € |
| Totaal bedrag van de netto
bestaanmiddelen |
3 848 € |
Uw moeder en haar tweede echtgenoot worden gezamenlijk belast en het
nettobedrag van uw bestaansmiddelen overschrijdt 2 830 euro (= maximumbedrag
voor de inkomsten 2010). U wordt dus voor het inkomstenjaar 2010 fiscaal niet
meer als ten laste van uw moeder en haar tweede echtgenoot beschouwd.
Voorbeeld 2
U bent student en woont bij uw moeder, die gescheiden is en dus als
alleenstaande wordt belast. U werkt in 2010 volgens een overeenkomst voor
tewerkstelling van studenten. Na aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen
ontvangt u voor deze job 4 000 euro. Aan de bron werd geen belasting ingehouden.
U bewijst geen werkelijke kosten. Van uw vader ontvangt u een
onderhoudsuitkering van 5 000 euro per jaar.
| Inkomsten 2010 |
Bruto
bestaansmiddelen |
Forfaitaire kosten |
Netto
bestaansmiddelen |
| Loon: 4 000 € |
4 000 € - 2 360€=
1 640 € |
1 640 € x 20 % = 328 €
met een minimum van 390€ |
1 640 € - 390 € = 1 250 € |
Ontvangen
onderhoudsuitkering: 5 000 € |
5 000 € - 2 830 € = 2 170 € |
2 170 € x 20 % = 434 € |
2 170 € - 434 € = 1 736 € |
| Totaal bedrag van de netto
bestaanmiddelen |
2 986 € |
U bent nog fiscaal ten laste van uw moeder voor het inkomstenjaar 2010 want
zij wordt als alleenstaande belast en het bedrag van uw
nettobestaansmiddelen is niet hoger dan 4 080 euro (= maximumbedrag voor de
inkomsten 2010).
Top
Voor meer inlichtingen over de weerslag van de studentenarbeid op de
belastingtoestand van de student en die van zijn ouders kunt u terecht bij :
Het contactcenter van de Federale Overheidsdienst FINANCIEN : 0257/257 57
De plaatselijke taxatiedienst. De adressen en telefoonnummers zijn terug te
vinden in de telefoongids in de rubriek "Ministeries - Financiën - Belastingen
en invordering - Sector Taxatie Directe belastingen" ;
De Federale Overheidsdienst FINANCIEN - Administratie van de ondernemings- en
inkomensfiscaliteit,
North Galaxy - Koning Albert II laan 33, bus 25 - 1030 Brussel
Top
|