![]() |
Bericht
inzake bedrijfsvoorheffing op Er zijn vragen gerezen omtrent de toepassing van de bedrijfsvoorheffing op de aanvullende vergoedingen die in het kader van een brugpensioen zowel door de werkgever als door een fonds voor bestaanszekerheid worden betaald. Overeenkomstig toepassingsregel nr. 21, A en B, opgenomen in de Bijlage III van het Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatst vervangen door het Koninklijk besluit van 25 oktober 2002 (Belgisch Staatsblad van 14 november 2002), moet de schuldenaar van de aanvullende vergoeding in voorkomend geval de bedrijfsvoorheffing berekenen op het totaalbedrag van het brugpensioen. Aangezien de werkgever doorgaans als voornaamste schuldenaar van de aanvullende vergoeding moet worden aangemerkt, en met het oog op een conforme werkwijze, is beslist dat deze laatste (de werkgever) in de praktijk de bedrijfsvoorheffing berekent en stort op:
Bijgevolg moet het fonds voor bestaanszekerheid in dat geval geen bedrijfsvoorheffing berekenen en storten. Onderhavige richtlijnen zijn van toepassing op de aanvullende vergoedingen die vanaf 1 januari 2003 worden betaald.
| |||||