|
|
Algemeenheden & definities Het bepalen van het werkelijk inkomen uit onroerende goederen zou, vooral wanneer deze bewoond zijn door de eigenaar(s), tot belangrijke moeilijkheden kunnen leiden.
Dit forfaitair inkomen is het kadastraal inkomen (of KI) dat hoofdzakelijk dient als basis voor de berekening van de onroerende voorheffing. Om de leesbaarheid te vergemakkelijken zullen we dikwijls de afkorting KI gebruiken voor kadastraal inkomen. Wanneer wij het hier hebben over kadastraal inkomen, bedoelen wij steeds het niet geïndexeerd kadastraal inkomen. Onder kadastraal perceel verstaat men een min of meer groot deel van het grondgebied gelegen in een zelfde gemeente of gehucht, gekenmerkt door een zelfde aard of soort van bebouwing en toebehorend aan een zelfde persoon (hetgeen geen onverdeeldheden uitsluit, een zelfde recht kan gedeeld worden door meerdere titularissen). Een gebouw en zijn aanhorigheden, bijgebouwen, toegangen en tuinen vormen slechts één kadastraal perceel wanneer alles aan elkander paalt en aangewend wordt tot een zelfde gebruik.
Anders gezegd, de gebouwde en ongebouwde aanhorigheden worden met het hoofdgebouw verenigd. De verkoop- of huurwaarde van het geheel is doorgaans hoger dan de som van deze van de samenstellende elementen. De normale verkoopwaarde van een onroerend goed vertegenwoordigt het hoogste bod indien het onroerend goed, na voldoende publiciteit, op de meest geschikte wijze verkocht werd. De openbare verkoping biedt daartoe de meeste waarborgen. Met referentietijdstip, wordt bedoeld de 1ste januari van het jaar vóór datgene waarin de ingevolge een algemene perequatie vastgestelde KI’s in voege treden. Voor de actuele KI’s is het referentietijdstip 1 januari 1975. Onder kadastraal inkomen wordt verstaan het gemiddeld normaal netto-inkomen van één jaar (artikel 471 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992).
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||