![]() |
Bericht met betrekking tot bepaalde dividenden van buitenlandse oorsprong die rechtstreeks in het buitenland werden geïnd Er zijn vragen gerezen omtrent de afzonderlijke aanslagvoet die van toepassing is op bepaalde dividenden van aandelen van buitenlandse oorspong die werden geïnd in het buitenland, dit wil zeggen zonder tussenkomst van een Belgische tussenpersoon en zonder inhouding van de roerende voorheffing aan de bron. Worden inzonderheid bedoeld, de in artikel 269, derde lid, a, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) vermelde dividenden van aandelen uitgegeven vanaf 1 januari 1994 door het openbaar aantrekken van spaargelden (onder voorbehoud van de toepassing van de in artikel 269, vierde tot negende lid, WIB 92 opgenomen antimisbruikbepalingen). Overeenkomstig artikel 171, 2°bis, b, WIB 92 is de afzonderlijke aanslagvoet van 15 % van toepassing op de in artikel 269, derde lid, WIB 92 vermelde dividenden, ongeacht of de inkomsten in België of in het buitenland werden geïnd. Evenwel blijkt dat, tot en met het aanslagjaar 2003, in het aangifteformulier in de personenbelasting geen afzonderlijke rubriek is voorzien voor het vermelden van het bedrag van de bovenbedoelde dividenden van aandelen van buitenlandse oorsprong die rechtstreeks werden geïnd in het buitenland en die belastbaar zijn tegen de afzonderlijke aanslagvoet die thans is vastgesteld op 15%. Daarom is beslist om toe te laten dat de bedoelde dividenden in de aangifte van het aanslagjaar 2003 worden vermeld in vak VII, rubriek A, 2, f ("andere inkomsten zonder roerende voorheffing"), Overeenkomsten gesloten vanaf 1.3.1990 (code 155). De belastingplichtige die dergelijke dividenden tegenover code 155 vermeldt, wordt verzocht dit uitdrukkelijk in zijn aangifte te vermelden (toevoeging van de vermelding "171, 2°bis, b" bij vak VII, rubriek A, 2, f).
| |||||